In de leiderschapsteams die ik begeleid, wordt vaak de wens geuit: “mensen moeten meer eigenaarschap tonen.” Het klinkt krachtig en aantrekkelijk. Maar we staan niet vaak stil bij wat dit echt betekent. Wat bedoelen we er eigenlijk mee — en durven we te kijken naar wat wij als leiders zelf daarin te doen hebben?
Eigenaarschap is niet iets wat je persoonlijk doet, maar iets wat tussen mensen ontstaat. Eigenaarschap is geen individuele prestatie, maar een relationeel vermogen. Eigenaarschap is geen individuele kwaliteit of KPI. Het ontstaat tussen mensen in de manier waarop je afspraken maakt, elkaar aanspreekt, vertrouwen geeft en samen verantwoordelijkheid neemt voor wat er wel en niet gebeurt.
Eigenaarschap begint bij de relatie met anderen
Je kunt pas verantwoordelijkheid nemen voor iets als er ook echt ruimte is om dit te doen. Het vindt plaats in de interactie in het spel van controle en vertrouwen. Je kunt pas eigenaarschap nemen als iets ook echt aan jou wordt gegeven. Iets wat niet wordt overgenomen door jouw leidinggevende. Veel managers en leidinggevenden zijn oplossingenmachines. Ze pakken op en pakken af. Ze fixen en blussen branden. Dan is het maar gedaan en weten ze zeker dat het goed en snel is gedaan! Ze hebben immers zelf ook het beste overzicht en het zijn vaak ook nog de beste jongens en meisjes van de klas met de meeste expertise.
Logisch dat dan het eigenaarschap ontbreekt bij de ander. Want je pakt eigenaarschap af, zonder dat je je realiseert dat je als manager zelf op de foto staat van het ontbreken van eigenaarschap bij de mensen waar je leiding aan geeft. En als je dan niet in gesprek gaat en het werk zelf doet, moet je niet gek opkijken dat de ander het aan jou overlaat. Dit gebeurt niet één keer, maar keert terug als een patroon. En ja, patronen versterken zichzelf: als jij werk afpakt, laat de ander het los. En als de ander het los laat en aan jou overlaat, dan klopt het dat de ander geen eigenaarschap neemt.
Duidelijke afspraken
Zonder dit patroon te doorzien in de circulaire interactie tussen controle en vertrouwen en vastpakken en overlaten, blijft eigenaarschap wel in de relatie, maar mogelijk niet bij de juiste persoon. Om eigenaarschap goed te organiseren, vraagt het dat je duidelijke afspraken maakt wie wat doet en dat je deze afspraken regelmatig evalueert of het nog steeds werkt volgens de afspraken. Eigenaarschap groeit waar vertrouwen en duidelijkheid elkaar raken: ik weet wat er van mij verwacht wordt, ik voel me vrij om mijn verantwoordelijkheid te nemen en ik ervaar dat mijn bijdrage ertoe doet.
Eigenaarschap in taal
Let eens op hoe je over het ontbreken van eigenaarschap praat. We zeggen: “hij neemt geen eigenaarschap” of “zij pakt geen verantwoordelijkheid.” Daarin klinkt verwijt door naar de ander in plaats van zelfreflectie naar jezelf. Als je eigenaarschap benadert als een vermogen dat ontstaat in de onderlinge relatie, dan ontstaat ruimte voor vragen als:
- Wat maakt dat jij het lastig vindt om dit op te pakken? Wat heb jij van mij nodig om verantwoordelijkheid te kunnen dragen?
- Wat betekent eigenaarschap in deze situatie voor ons samen? Wat heb ik nodig om controle los te laten en vertrouwen te geven?
Zo verschuift het accent van het individu naar de relatie. Eigenaarschap als gedeelde verantwoordelijkheid in een continue interactie.
In teams zie ik vaak twee reflexen:
- óf iedereen bemoeit zich overal mee,
- óf mensen wachten af tot “de ander” iets doet.
Relationeel eigenaarschap ligt daar tussenin: ik voel me verantwoordelijk voor mijn eigen handelen en ik voel me medeverantwoordelijk voor het geheel. Je bespreekt de onderlinge samenwerking zonder te beschuldigen, je vraagt elkaar om hulp omdat je weet dat je wederkerig afhankelijk bent, je leert van wat mis gaat in plaats van met de vinger te wijzen naar elkaar. Zo ontstaat een volwassen samenwerking waarin eigenaarschap ontstaat in gedeelde verantwoordelijkheid.
Rol- en relatiecontract
Eigenaarschap ontstaat in een helder en expliciet rol- en relatiecontract tussen mensen. Welke rolverdeling kiezen we en wat verwachten we hierin van elkaar? In taken en rollen en ook in houding en gedrag. En wat doen we als we ontevreden zijn of deze verwachtingen niet worden waargemaakt? Hoe organiseren we dan het gesprek waarin we onze afspraken evalueren? Dan kunnen we kijken welke misverstanden er zijn in de onderlinge verwachtingen of wat we kunnen leren van het relatiecontract om eigenaarschap te delen. Ik zeg wat ik zie. Ik luister naar wat jij voelt. Ik durf spanning te benoemen, omdat het ons verder helpt. In die zin is eigenaarschap niet een individuele prestatie van een collectieve verbinding.
Tot slot
Eigenaarschap groeit door gesprekken over de concrete rollen, taken en afspraken over samenwerking. Niet van jou of mij. Eigenaarschap ontstaat in de relatie. Eigenaarschap is niet een persoonlijke vaardigheid, maar iets wat wij samen mogelijk maken.
Reflectievragen
- Hoe speelt het onderwerp eigenaarschap in jouw organisatie?
- Voer jij het concrete gesprek over rol- en relatiecontract met jouw leidinggevende of medewerkers?